Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:5743

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 september 2024
Publicatiedatum
16 september 2024
Zaaknummer
13/312743-21
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m lid 2 SrArt. 6:6:14 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging tenuitvoerlegging ISD-maatregel wegens recidiverisico

De rechtbank Amsterdam heeft op 20 maart 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de tussentijdse toetsing van een ISD-maatregel die aan veroordeelde is opgelegd door het gerechtshof Amsterdam op 28 juli 2022 voor de duur van twee jaren. Veroordeelde had een verzoek ingediend tot beëindiging van de tenuitvoerlegging van deze maatregel.

Tijdens de openbare terechtzitting zijn de officier van justitie, de raadsman van veroordeelde en een deskundige gehoord. Uit het adviesrapport bleek dat ondanks redelijk goed gedrag binnen detentie, veroordeelde niet meewerkt aan diagnostiek en na afloop van de maatregel geen passende huisvesting of dagbesteding heeft. De ISD-maatregel fungeert momenteel als een beschermend kader.

De officier van justitie stelde dat voortzetting noodzakelijk is om recidive en maatschappelijke onveiligheid te voorkomen. De verdediging voerde aan dat veroordeelde zich goed gedraagt en dat er alternatieven zijn om recidiverisico te beperken. De rechtbank oordeelde dat het recidiverisico nog steeds aanwezig is en dat het belang van medewerking aan diagnostiek en het vinden van passende huisvesting zwaarwegend is. Het verzoek tot beëindiging werd daarom afgewezen en de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af en bepaalt dat de tenuitvoerlegging wordt voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummers : 13/312743-21; 23/000525-22 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel)
datum : 20 maart 2024
Beslissing
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 28 juli 2022 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans verblijvende in [detentiegegevens] ,
hierna: veroordeelde.

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermelde parketnummers, waaronder:
  • het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 28 juli 2022, waarbij de ISD-maatregel aan veroordeelde is opgelegd;
  • het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van de veroordeelde en zijn raadsman M.J. van den Hoonaard, van 22 december 2023 om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel;
  • een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 21 februari 2024;
  • het adviesrapport tussentijdse toetsing van [detentieplaats veroordeelde] opgemaakt ten behoeve van de terechtzitting van 20 maart 2023, ondertekend door de plaatsvervangend vestigingsdirecteur.
De rechtbank heeft op 20 maart 2024 de officier van justitie, mr. M. Modder, veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. M. Sahin, advocaat te Apeldoorn, waarnemend voor mr. M.J. van den Hoonaard, alsmede de deskundige, dhr. [dekundige] , als senior-casemanager verbonden aan [detentieplaats veroordeelde] , op de openbare terechtzitting gehoord.

2.Beoordeling

2.1
De opgelegde ISD-maatregel
Aan veroordeelde is door de rechtbank Amsterdam bij vonnis op 25 februari 2022 de ISD-maatreel opgelegd voor de duur van twee jaren. Veroordeelde heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld, waarna het gerechtshof Amsterdam op 28 juli 2022 aan veroordeelde eveneens de ISD-maatregel heeft opgelegd voor de duur van twee jaren. Tegen dit arrest heeft veroordeelde cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft veroordeelde op 11 april 2023 niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. Op 11 april 2023 is het arrest van het gerechtshof Amsterdam daarmee direct onherroepelijk geworden. Op grond van artikel 6:6:14 lid 1 Sv Pro is door de veroordeelde en zijn raadsman een verzoekschrift ingediend met het verzoek tot toetsing van de opgelegde ISD-maatregel.
2.2
Verloop van het ISD-traject en advies deskundige
Uit het adviesrapport tussentijdse toetsing blijkt onder meer het volgende.
Ondanks dat veroordeelde het binnen detentie redelijk goed doet en aan diverse trainingen heeft meegedaan, staat hij niet open voor diagnostiek. Daarnaast heeft veroordeelde geen toezicht na zijn ISD-maatregel. Indien de maatregel wordt opgeheven zal veroordeelde op straat komen te staan zonder vaste woon- of verblijfsplaats en zonder dagbesteding. De ISD-maatregel is momenteel een beschermend kader dat weg zal vallen bij opheffing van de maatregel. Het advies is om de ISD-maatregel te laten voortduren zodat het komende jaar kan worden toegewerkt naar passende huisvesting en veroordeelde wordt gemotiveerd om mee te werken aan diagnostiek zodat de juiste woonvorm voor hem gevonden kan worden.
De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en waar nodig aangevuld.
2.3
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel moet worden voortgezet omdat zij verwacht dat beëindiging van de maatregel op dit moment zal leiden tot onveiligheid, (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Hoewel veroordeelde binnen de justitiële inrichting positief gedrag heeft vertoond, betekent dit niet dat dit buiten de justitiële inrichting ook het geval zal zijn. Ook werkt veroordeelde niet mee aan diagnostiek. Verwacht wordt dat veroordeelde bij beëindiging van de ISD-maatregel zal terugvallen in oud gedrag en aldus zal recidiveren.
2.4
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de tenuitvoerlegging van ISD-maatregel te beëindigen. Veroordeelde doet het goed binnen de justitiële inrichting. Zij ziet het herhalingsgevaar niet en er zijn ook andere mogelijkheden om het recidiverisico te beperken.
Veroordeelde heeft zich bij voornoemd standpunt van zijn raadsvrouw aangesloten, en wijst erop dat hij een certificaat heeft behaald en als kok kan gaan werken.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.
Dat er andere alternatieven mogelijk zijn buiten de ISD-maatregel om het recidiverisico te beperken, is geen criterium aan de hand waarvan de toetsing van de voortzetting van de ISD-maatregel plaatsvindt.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de openbare terechtzitting stelt de rechtbank vast dat, hoewel veroordeelde binnen de justitiële inrichting overwegend positief gedrag vertoont, het recidiverisico nog steeds aanwezig wordt geacht. Het recidiverisico dient te worden verminderd om te voorkomen dat veroordeelde opnieuw delicten pleegt, hetgeen noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij. Om het resterende deel van de ISD-maatregel effectief te kunnen invullen, is het van belang dat veroordeelde meewerkt aan diagnostiek en eventuele behandeling indien dit is geïndiceerd en dat er passende huisvesting voor hem kan worden gevonden. Daarbij merkt de rechtbank op dat het aan veroordeelde zelf te wijten is dat deze behandeling vooralsnog niet heeft plaatsgevonden omdat hij tot op heden zijn medewerking aan diagnostiek weigert.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

3.Beslissing

De rechtbank bepaalt de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. E. Akkermans, voorzitter,
mr. B.C. Langendoen en mr. E.M. de Bie, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.M. Zoetelief, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 maart 2024