Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
In conventie en in reconventie
niethet recht om handel te verbieden van waren die zich douanerechtelijk buiten de Europese Unie bevinden (waren met een zogeheten “T1-status”). Het staat andere handelaren (zoals Prestige) vrij om deze waren met een “T1 status” te verhandelen.
3.Het geschil in conventie
primairmet toepassing van artikel 1019h Rv te veroordelen in de volledige proceskosten conform de indicatietarieven in IE-zaken en
subsidiairte veroordelen in de proceskosten conform het liquidatietarief, te vermeerderen met nakosten en rente.
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling in conventie en in reconventie
Bevoegdheid
bis-verordening, omdat Prestige zich in conventie verzet tegen de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Nederlandse rechter. De relatieve bevoegdheid van deze rechtbank volgt uit artikel 438 lid 2 Rv Pro; de beslaglegging vond plaats in Amsterdam en aangezien Prestige in Amsterdam is gevestigd vindt daar ook de door Coty aangekondigde executie plaats.
in ernst niet kan worden betwijfelddat zij een inbreuk op die verplichting opleveren. Het gaat er in deze zaak dus om of in ernst niet kan worden betwijfeld dat Prestige haar medewerkingsplicht heeft geschonden en daardoor dwangsommen heeft verbeurd, waarbij het doel en de strekking van het bewijsbeslag als richtsnoer moeten worden genomen.
178,00