Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.1. De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en de gronden daarvan
4.De reactie van de rechter
5.5. De gronden van de beslissing
mrs. M.W. van der Veen en A.R.P.J. Davids, leden,
Rechtbank Amsterdam
In een echtscheidingsprocedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de zaak behandelt, stellende dat sprake zou zijn van corruptie en partijdigheid. Verzoeker voerde aan dat de rechter betrokken zou zijn bij manipulatie van procedures en heimelijk overleg tussen overheidsinstanties, en dat hij zich zonder advocaat moest verdedigen terwijl de rechter hiervan op de hoogte was.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat verzoeker zijn beschuldigingen niet concreet heeft onderbouwd. De rechter heeft toegelicht dat de benoeming van een notaris volgens vaste procedures verloopt en dat de kindgesprekken plaatsvonden in de rechtbank, niet in de woning van verzoeker. Tevens is gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van verzoeker voor het inschakelen van een advocaat.
De rechtbank concludeert dat er geen feiten of omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk volgens artikel 39 lid 5 Rv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.