Eiser was jarenlang werkzaam bij een horeca groothandel en verkocht retour gekomen goederen via een website. Italindo kocht meerdere keren goederen van eiser, waarbij betalingen zowel per bankoverschrijving als contant plaatsvonden.
Eiser vorderde betaling van € 25.000,- van Italindo wegens niet-betaalde goederen. Italindo betwistte dit en overhandigde rekeningafschriften waaruit bleek dat zij in elk geval € 24.475,- had betaald. Eiser kon echter niet duidelijk maken welke goederen hij wanneer en tegen welke prijs had geleverd.
De WhatsApp-berichten tussen partijen gaven geen helderheid over de specificaties van de leveringen en de bedragen. Ook ontbrak een administratie van eiser over de verkopen. Hierdoor kon de kantonrechter niet vaststellen of er een betalingsachterstand was.
Op basis hiervan wees de kantonrechter de vordering af en veroordeelde eiser tot betaling van de proceskosten aan Italindo.