Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, dat later door de heffingsambtenaar werd vernietigd en het griffierecht werd toegezegd te vergoeden. Na intrekking van het beroep verzocht verzoekster om vergoeding van proceskosten die een getuige had gemaakt voor het opnemen van verlof om de zitting bij te wonen.
De rechtbank oordeelt dat de zitting niet heeft plaatsgevonden en dat niet is aangetoond dat de getuige het verlof niet meer kon terugdraaien. Verder was de getuigenverklaring niet van belang voor de vernietiging van de naheffingsaanslag. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond.
Wel wijst de rechtbank erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het betaalde griffierecht van €50,- te vergoeden. Verzoekster wordt geadviseerd dit bedrag bij de heffingsambtenaar te claimen.
De uitspraak is gedaan door rechter E.M. Hansen-Löve en griffier I.G.A. Karregat op 6 september 2024. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.