Op 14 mei 2024 heeft verdachte te Amsterdam een racefiets van het merk Ridley gestolen door het kettingslot open te breken. Getuigen zagen verdachte met een hamer het slot forceren en een ander slot aan het voorwiel bevestigen. Verdachte werd kort daarna aangehouden met een hamer en sleutels die pasten op het slot.
Verdachte bekende de diefstal, maar stelde dat hij dacht dat de fiets geen eigenaar meer had omdat deze oud was en een lekke band had. De rechtbank achtte dit ongeloofwaardig en concludeerde dat verdachte wist dat de fiets niet was prijsgegeven. Verdachte heeft meerdere eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten en vernieling.
De officier van justitie vorderde een ISD-maatregel, maar de rechtbank wees deze af omdat niet alle minder ingrijpende interventies waren geprobeerd. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 311 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank hoopt dat het voorwaardelijke deel verdachte zal afschrikken van nieuw strafbaar gedrag.