ECLI:NL:RBAMS:2024:5397

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 augustus 2024
Publicatiedatum
2 september 2024
Zaaknummer
13/122608-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 14 OLWKaderbesluit 2002/584/JBZHof van Justitie EU 26-10-2021Hof van Justitie EU 21-12-2023
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering aanvullende toestemming tenuitvoerlegging straf op grond van artikel 12 OLW en niet geëerbiedigd hoorrecht

De rechtbank Amsterdam heeft op 15 augustus 2024 een verzoek van Hongarije beoordeeld tot aanvullende toestemming voor de tenuitvoerlegging van een straf opgelegd aan de overgeleverde persoon. Dit verzoek betrof strafbare feiten gepleegd vóór de overlevering, waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd. De rechtbank concludeerde dat de stukken onvoldoende waren om met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging een toewijzende beslissing te nemen.

De weigering is gebaseerd op twee hoofdredenen. Ten eerste is de overgeleverde persoon niet persoonlijk verschenen bij de procedures die tot de strafoplegging hebben geleid, terwijl niet is voldaan aan de uitzonderingen van artikel 12 OLW Pro. Daarnaast is onduidelijk of de overgeleverde persoon op de hoogte was van de processen en of de advocaat gemachtigd was om hem te verdedigen. Ten tweede is het hoorrecht niet geëerbiedigd, aangezien de overgeleverde persoon niet expliciet de gelegenheid heeft gekregen om opmerkingen en bezwaren tegen het verzoek kenbaar te maken.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek op grond van artikel 12 OLW Pro geweigerd moet worden en dat het hoorrecht een essentieel onderdeel is van de procedure. De beslissing is genomen door drie rechters onder voorzitterschap van mr. A.J.R.M. Vermolen. Hiermee wordt de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland niet toegestaan.

Uitkomst: De rechtbank weigert de aanvullende toestemming voor tenuitvoerlegging van de straf wegens schending van artikel 12 OLW en niet geëerbiedigd hoorrecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/122608-24
Datum beslissing: 15 augustus 2024
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 10 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door
the Pécs Regional Court(Hongarije) op 26 februari 2024 en betreft:
[overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] (Hongarije),
gedetineerd in Hongarije,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn niet toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een toewijzende beslissing te kunnen nemen.
De rechtbank zal de aanvullende toestemming om de hiernavolgende twee redenen weigeren.
Artikel 12 OLW Pro
In onderdeel b) van het verzoek wordt een
Judgment No. 2.B.72/2017/84 of the Komló District Courtgenoemd, onherroepelijk geworden op 18 februari 2020 met het
Judgment No. 3.Bf.215/2019/11 of the Pécs Regional Court.
Uit onderdeel d) van het verzoek, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten van 22 juli 2024, blijkt het volgende. De overgeleverde persoon is niet in persoon verschenen bij de processen die tot de bovengenoemde twee beslissingen hebben geleid. Niet duidelijk is welke instantie de zaak ten gronde definitief heeft afgedaan. Om die reden moeten zowel de procedure in eerste aanleg als die in hoger beroep onderworpen worden aan de toets van artikel 12 OLW Pro. [1] Voorts is niet duidelijk of de overgeleverde persoon op de hoogte was van het plaatsvinden van de processen en of hij de advocaat die namens hem aanwezig was in de beide procedures uitdrukkelijk heeft gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren. Voor wat de in het verzoek aangekruiste verzetgarantie betreft is daarnaast onduidelijk of deze garantie onvoorwaardelijk is (in de aanvullende informatie wordt gesproken van
´the potential submission of an application for a retrial procedure’) en wat de termijn is waarbinnen de overgeleverde persoon dit verzet dient aan te tekenen.
Concluderend is sprake van een verzoek tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, terwijl de overgeleverde persoon niet is verschenen bij de processen die tot de oplegging van die vrijheidsstraf hebben geleid en die - kort gezegd - hebben plaatsgevonden zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een voldoende garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. Gelet hierop kan het verzoek op grond van artikel 12 OLW Pro geweigerd worden. De rechtbank ziet op grond van de verstrekte informatie geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid het verzoek te weigeren.
Hoorrecht
Het is vereist dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid moet hebben gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken (het zogenoemde hoorrecht), zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021. [2] Uit de stukken volgt dat de overgeleverde persoon tijdens een hoorzitting op 7 december 2023 te kennen heeft gegeven geen afstand te doen van het specialiteitsbeginsel. Dit maakt echter niet dat de overgeleverde persoon ook uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld is om eventuele opmerkingen en bezwaren als hiervoor bedoeld kenbaar te maken.
Het hoorrecht is dan ook niet geëerbiedigd.

2.Beslissing

De rechtbank
WEIGERTop grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW de toestemming aan
the Pécs Regional Court(Hongarije) voor de tenuitvoerlegging van de in het verzoek genoemde aan
[overgeleverde persoon]opgelegde vrijheidsstraf voor de tevens in het verzoek genoemde feiten.
Deze beslissing is genomen op 15 augustus 2024 door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en D.A. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier.

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
2.Hof van Justitie van de Europese Unie 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.