ECLI:NL:RBAMS:2024:5367

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 augustus 2024
Publicatiedatum
30 augustus 2024
Zaaknummer
13/201156-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 287 SrArt. 302 SrArt. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
15 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor poging tot doodslag en zware mishandeling

De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 augustus 2024 de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit Amtsgericht Nordhorn. Het EAB betreft een verdachte geboren in 2000, woonachtig in Nederland, die wordt verdacht van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994.

Tijdens de zitting van 14 augustus 2024 verscheen de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman. De rechtbank verlengde de beslistermijn en bepaalde voorlopige gevangenhouding met schorsing tot uitspraak. De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, dat het strafbare feit ook onder Nederlands recht strafbaar is en dat de strafmaat voldoet aan de vereisten voor overlevering.

Vanwege de Nederlandse nationaliteit en de sociale banden van de verdachte met Nederland, werd een terugkeergarantie geëist en verkregen van de Duitse autoriteiten. Deze garantie houdt in dat de verdachte een eventuele onvoorwaardelijke gevangenisstraf in Nederland mag ondergaan. De rechtbank achtte deze garantie voldoende en zag geen weigeringsgronden. Daarom werd de overlevering toegestaan.

De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier en is onherroepelijk. Er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe onder de voorwaarde van een terugkeergarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/201156-24
Datum uitspraak: 28 augustus 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 21 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 mei 2024 door het
Amtsgericht Nordhorn, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het
Amtsgericht Nordhorn(Duitsland) van 7 maart 2024, met kenmerk 6 Ls 630 Js 12177/23 (26/23).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Referte

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
poging tot doodslag;
poging tot zware mishandeling;
overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.

6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
Gelet op de Nederlandse nationaliteit van de opgeëiste persoon heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum in Amsterdam op 4 juli 2024 de uitvaardigende justitiële autoriteit verzocht om deze terugkeergarantie te geven:
“[opgeëiste persoon] is a Dutch national . (…)
pursuant to Article 5, paragraph 3 of the Framework Decision on the European arrest warrant (2002/584/JHA), and Article 6, paragraph 1 of the Dutch Surrender Act, the surrender may only be authorised after it can be guaranteed that, in case the wanted person after the surrender is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Germany, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JBZ). I kindly request this guarantee of return”.
In reactie op dit verzoek heeft de
Staatsanwältinvan de
Staatsanwaltschaft Osnabrück(Duitsland) op 23 juli 2024 in de zaak van de opgeëiste persoon de volgende garantie gegeven:
"Request concerning (…) [opgeëiste persoon] (…). It will be guaranteed that in case the wanted person after the surrender is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Germany, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands."
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45, 287 en 302 Wetboek van Strafrecht, 8 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5, 6 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Nordhorn(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. M. Vaandrager en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 augustus 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.