Op 11 april 2024 werden in een woning waar verdachte zich bevond aanzienlijke hoeveelheden 3-CMC, MDMA en ketamine aangetroffen, alsmede geldbedragen van in totaal €14.120,-. Verdachte werd vervolgd voor het aanwezig hebben van deze verdovende middelen en witwassen.
De officier van justitie stelde dat verdachte wetenschap had van de drugs, onder meer vanwege DNA-sporen op tassen met drugs en verklaringen van een medeverdachte. De verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap had, de verklaringen van de medeverdachte ongeloofwaardig waren en dat verdachte een plausibele verklaring gaf voor zijn DNA op de tassen.
De rechtbank oordeelde dat de drugs weliswaar in de woning lagen, maar dat verdachte slechts kort in de woning verbleef en de drugs uit het zicht lagen in andere kamers. De verklaring van de medeverdachte werd niet voor bewijs aangenomen vanwege ongeloofwaardig gedrag. De DNA-sporen konden plausibel verklaard worden door het verplaatsen van tassen. De telefooninhoud was onvoldoende om wetenschap aan te tonen.
Ook voor het witwassen was onvoldoende bewijs, omdat verdachte een concrete, verifieerbare en niet onwaarschijnlijke verklaring gaf over de legale herkomst van het geld, welke niet door het Openbaar Ministerie werd onderzocht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en gelastte de teruggave van het in beslag genomen geld.