De vennootschap onder firma [eiser] verkocht en legde een houten vloer in het appartement van [gedaagde]. Na vertraging en onvrede over de uitvoering betaalde [gedaagde] de rekening van €4.297,73 niet en plaatste een negatief Facebookbericht. [gedaagde] stelde een tegeneis in wegens vermeende schade.
De kantonrechter oordeelde dat de factuur correct was en dat [gedaagde] deze moest betalen, maar een schadevergoeding van €300 kon worden verrekend wegens het nalaten van eiseres om meubels na het leggen van de vloer binnen te zetten. Andere schadeposten, zoals reiskosten, meubelschade, slotvervanging en vertaalkosten, werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of aansprakelijkheid.
Het negatieve Facebookbericht werd onrechtmatig geoordeeld omdat het ononderbouwde beschuldigingen bevatte die de goede naam van eiseres schaadden. Daarom werd [gedaagde] veroordeeld tot verwijdering van het bericht onder dwangsom. De vordering tot rectificatie en algemeen verbod tot negatieve uitlatingen werd afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente werden afgewezen vanwege het ontbreken van een veertiendagenbrief en een oneerlijk renteclausule in de algemene voorwaarden. [gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van €3.997,73 en de proceskosten van €1.203,23 binnen veertien dagen.