ECLI:NL:RBAMS:2024:5158
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Huurster mag woning behouden met huurverhoging van 100 euro per maand
In deze kortgedingprocedure stond centraal of de huurster de woning per 1 februari 2024 moest verlaten, na afloop van een tijdelijke huurovereenkomst van één jaar. De verhuurder stelde dat de huurovereenkomst was geëindigd en vorderde ontruiming en betaling van een gebruiksvergoeding.
De kantonrechter stelde vast dat de verhuurder tijdig de huurverhoging en het einde van de huurovereenkomst had aangekondigd via WeChat-berichten. Vervolgens was er onderhandeling over verlenging van de huurovereenkomst met een huurverhoging van 100 euro per maand, welke door de huurster uiteindelijk werd geaccepteerd. Hiermee was sprake van een nieuwe huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering tot ontruiming onvoldoende aannemelijk was en wees deze af. Wel werd de huurverhoging van 100 euro per maand toegewezen als voorlopige voorziening. De proceskosten werden verdeeld, waarbij de verhuurder in conventie en de huurster in reconventie werden veroordeeld tot betaling van de kosten van de wederpartij.
Uitkomst: De huurster mag in de woning blijven en moet vanaf 1 februari 2024 de huurverhoging van 100 euro per maand betalen.