Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
11 juli 2024.
mr. H. Hoekstra, en van wat verdachte en haar raadsman, mr. T.S. Finken, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
primair: zich als verkeersdeelnemer roekeloos of in ieder geval zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam gedragen, door op een bromfiets in een voetgangersgebied te rijden, terwijl verdachte niet in het bezit was van een (geldig) rijbewijs en/of onder invloed van alcohol verkeerde, waardoor een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door tegen [slachtoffer] aan te rijden, waarbij aan [slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel werd toegebracht;
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
in ernstige mateheeft overschreden. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op de hoek van de Leidsestraat op de bromfiets is gestapt en dat zij relatief korte tijd daarna in aanrijding is gekomen met het slachtoffer. Het ongeval had dus plaats korte tijd na het wilsbesluit van verdachte (om met de bromfiets te gaan rijden in het voetgangersgebied). Daarnaast kan de snelheid waarmee verdachte heeft gereden, op basis van het dossier, niet worden vastgesteld en is daarom niet als een aparte verkeersovertreding aan te merken. Ook is niet gebleken van ander bijkomstig verkeersgevaarlijk gedrag tijdens of voorafgaand aan het ongeval. De vastgestelde gedragingen voldoen naar het oordeel van de rechtbank daarom niet aan de door de wet gestelde eis van het schenden van de verkeersregels
in ernstige mate. Gelet op deze conclusie zal verdere bespreking van de hierboven genoemde bestanddelen onder c en d achterwege blijven.
“zeer”onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijgedrag, in de zin van artikel 6 WVW Pro, zoals in feit 1 primair (impliciet meer subsidiair) ten laste is gelegd. Verdachte reed met een bromfiets in een voetgangerszone. Afgezien van het feit dat verdachte daar niet mocht rijden, mocht van haar worden verwacht dat zij stapvoets had gereden, gelet op de grote hoeveelheid voetgangers die ter plaatste aanwezig waren. Uit de camerabeelden blijkt dat verdachte veel harder dan stapvoets heeft gereden, wat ook volgt uit haar eigen verklaring dat zij rond de 25 km/uur heeft gereden. Aldus heeft verdachte gereden met een snelheid die veel te hoog was voor een veilig verkeer ter plaatse, waardoor zij niet meer tijdig heeft kunnen afremmen voor de overstekende voetganger [slachtoffer] en met hem in botsing is gekomen.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.