Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil binnen een familievennootschap die een restaurant exploiteert. De vader en zijn dochter, mede-vennoten, vorderen dat de zoon wordt uitgeschreven als medevennoot bij de Kamer van Koophandel en dat hem een contact- en straatverbod wordt opgelegd. Dit volgt op een incident waarbij de zoon de dochter zou hebben opgesloten en onder druk gezet om een uitschrijvingsformulier te tekenen.
De zoon betwist de beschuldigingen en stelt dat hij jarenlang in het restaurant heeft gewerkt en dat hij zijn belangen wil veiligstellen. De rechtbank constateert een ernstige vertrouwensbreuk tussen de partijen en oordeelt dat verdere samenwerking niet mogelijk is. De belangen van de vader en dochter bij uitschrijving van de zoon wegen zwaarder dan diens belangen bij voortzetting van de inschrijving.
De voorzieningenrechter veroordeelt de zoon tot ondertekening van het uitschrijvingsformulier binnen 24 uur, stelt het vonnis in de plaats van zijn handtekening, en legt een contact- en straatverbod op voor drie maanden. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De zoon wordt veroordeeld tot uitschrijving als medevennoot en krijgt een contact- en straatverbod opgelegd voor drie maanden.