Klant opende in augustus 2023 een spaarrekening bij Bunq en autoriseerde meerdere apparaten voor toegang tot zijn account. Op 4 maart 2024 ontving hij een phishingbericht en werden ongeautoriseerde transacties uitgevoerd na autorisatie van een nieuw apparaat met verificatiefilmpje en pincode. Bunq stuurde geautomatiseerde waarschuwingsmails die de klant opende maar waarop hij niet reageerde.
De klant vorderde vergoeding van de schade wegens niet-toegestane betalingen op grond van de PSD2-implementatie in het Burgerlijk Wetboek. Bunq verweerde zich met het argument dat sprake was van grove nalatigheid van de klant, waardoor zij niet tot vergoeding verplicht is. De klant kon onvoldoende verklaren hoe zijn betaalgegevens bij derden waren gekomen en betwistte de ontvangst van waarschuwingsmails.
De voorzieningenrechter oordeelde dat in kort geding onvoldoende aannemelijk is dat Bunq aansprakelijk is en dat er een gerede kans is dat de bodemrechter grove nalatigheid zal vaststellen. De gevorderde schadevergoeding en afgifte van aanvullende stukken werden afgewezen. De klant werd veroordeeld in de proceskosten.