ECLI:NL:RBAMS:2024:4956
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken bewijs laden en lossen
Eiser ontving op 3 september 2022 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam omdat zijn bestelbus zonder betaling in een parkeervak stond. Eiser stelde dat hij op dat moment bezig was met het lossen van zware goederen, waardoor hij vrijgesteld zou zijn van parkeerbelasting. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond en eiser ging in beroep bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 29 juli 2024 was eiser niet aanwezig. De rechtbank beoordeelde de zaak op basis van de beschikbare stukken, waaronder scanfoto's waarop de bestelbus met gesloten deuren en zonder zichtbare activiteiten geparkeerd stond. Er waren geen aanwijzingen dat er daadwerkelijk werd geladen of gelost, zoals een rittenadministratie of afleverbonnen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan zijn bewijslast om aan te tonen dat er sprake was van onmiddellijk laden en lossen. Op grond van de Gemeentewet en de Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2022 rust de bewijslast hiervoor op eiser. Omdat vaststond dat geen parkeerbelasting was voldaan en er geen bewijs was van laden en lossen, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
De rechtbank wees tevens het verzoek van eiser af om het betaalde griffierecht te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van onmiddellijk laden en lossen.