In deze civiele zaak heeft de rechtbank Amsterdam vastgesteld dat de hypotheekadviseur het bankafschrift heeft vervalst en dat dit vervalste document op 2 november 2022 om 11:59 uur is geüpload in het systeem van de hypotheekverstrekker. De gedaagde heeft tegenbewijs geleverd door getuigenverklaringen, maar deze konden het voorshands bewezen feit niet ontzenuwen.
De rechtbank concludeert dat de verklaringen van getuigen die het tijdstip van uploaden na 12:00 uur plaatsen niet stroken met het vaststaande tijdstip van 11:59 uur, mede gelet op de duur van het bezoek en de ondersteunende schriftelijke stukken van eiser. Gedaagde heeft nagelaten relevante metadata en ICT-gegevens aan te leveren die het tegenbewijs hadden kunnen versterken.
Door de vervalsing is sprake van een evidente tekortkoming onder de adviesovereenkomst, wat de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. De rechtbank wijst de vordering tot ontbinding toe en bepaalt dat de door eiser betaalde som van € 8.095,00 terugbetaald moet worden, omdat de waarde van de geleverde advisering nihil is.
De rechtbank geeft partijen de gelegenheid om zich nader uit te laten over de omvang van de geleden schade in verband met de ontbinding, met termijnen voor het indienen van aanvullende stukken. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten van eiser, omdat gedaagde een evident ongegrond verweer heeft gevoerd en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld.
De zaak wordt aangehouden voor nadere behandeling van de schade en verdere beslissingen worden uitgesteld. De rechtbank moedigt partijen aan om in de tussentijd een minnelijke regeling te zoeken.