De rechtbank Amsterdam heeft op 26 juli 2024 de echtscheiding uitgesproken tussen partijen, gehuwd sinds 1992, en de verdeling van hun ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld. De rechtbank nam de boekwaarde van aandelen als uitgangspunt voor waardering en bepaalde de waarde van beleggingspanden op basis van aanschafwaarde en feitelijk gebruik.
De echtelijke woning en diverse onroerende goederen werden verdeeld, waarbij verkoop en levering aan derden geregeld werden met duidelijke afspraken over opbrengstverdeling en lasten. De rechtbank bepaalde bindende taxaties voor geschilpunten en wees de aandelen van de man toe tegen een gecorrigeerde waarde van circa €1,9 miljoen, met een verplichting tot betaling wegens overbedeling.
Verder werden vorderingen en schulden toegedeeld, rekening houdend met voorschotten en investeringen na de peildatum. Ook werden auto’s, een boot, inboedel, kunst, juwelen, wijnvoorraad en tassencollectie verdeeld, waarbij sommige zaken in onderling overleg worden verdeeld en andere door de rechtbank bindend werden toegewezen.
De rechtbank wees verzoeken af die niet voldoende waren onderbouwd, zoals het verzoek om wettelijke rente en pensioenoverzichten. Elk van de partijen draagt de eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.