Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Amtsgericht(Kantongerecht) Duisburg, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 juli 2024 de vordering van de officier van justitie om een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit Duitsland in behandeling te nemen. Het EAB was op 25 april 2024 uitgevaardigd door het Kantongerecht Duisburg en betrof de aanhouding en overlevering van een opgeëiste persoon geboren in 2003.
Tijdens de zitting van 9 juli 2024 verscheen de opgeëiste persoon, bijgestaan door zijn advocaten, en werd de termijn voor uitspraak met 30 dagen verlengd. Op 23 juli 2024 werd de behandeling heropend en direct gesloten waarna uitspraak volgde.
De uitvaardigende justitiële autoriteit had op 9 juli 2024 per e-mail meegedeeld dat het EAB was ingetrokken. De officier van justitie verzocht daarop niet-ontvankelijk te worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie niet ontvankelijk kon worden verklaard in haar vordering omdat het EAB inmiddels was ingetrokken.
De rechtbank stelde tevens vast dat het geschorste bevel tot overleveringsdetentie was beëindigd. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het Europees aanhoudingsbevel is ingetrokken.