Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
1. [gedaagde]
2. Jurist & Bewind B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;
- het instructievonnis;
- de dagbepaling mondelinge behandeling;
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
8 december 2023 heeft de kantonrechter deze vordering afgewezen.
16 april 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter van 8 december 2023 vernietigd, bepaald dat [eiseres] het uitsluitend gebruik van de woning toekomt totdat de huurovereenkomst op naam van één der partijen zal zijn gesteld, [gedaagde] veroordeeld om de woning binnen tien dagen na betekening van het arrest te verlaten en de woning niet meer te betreden, en [gedaagde] veroordeeld om een bepaalde gebruiksvergoeding aan [eiseres] te betalen voor de maanden juni tot en met november 2023.
Vordering in conventie en verweer in reconventie
Verweer in conventie en vordering in reconventie
Beoordeling
[bewindvoerder 1] , was immers op de mondelinge behandeling aanwezig. Zij heeft daar desgevraagd bevestigd dat zij op de hoogte was van de vordering van [eiseres] en dat die vordering is ingesteld met haar goedkeuren. De bewindvoerder van [eiseres] wordt daarom ook geacht als procespartij op te treden.
“Sinds mevrouw [eiseres] niet meer op de woning verblijft hebben 3 bewoners overlast gemeld. Als later blijkt dat definitief het contract op zijn naam komt en overlast blijft dan wil ik een Einde Interventie aanvragen bij een Groot Overleg van de Gemeente. Met deze Einde Interventie kan ik een ontruimingsprocedure starten. Ik kan het niet eerder doen zolang mevrouw [eiseres] ook op het contract staat. (…).Dat ook [eiseres] een risico op een ontruimingsprocedure zal lopen omdat niet is uitgesloten dat zij in de woning prostitutie zal gaan bedrijven, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, is slechts een aanname van [gedaagde] die verder niet is onderbouwd.
9 augustus 2024 dient te verlaten met al het zijne en de zijnen en de sleutels dient te overhandigen aan [eiseres] . De gevorderde dwangsom wordt echter afgewezen. Ter zitting is immers duidelijk geworden dat [gedaagde] de woning de facto al heeft verlaten maar waarschijnlijk niet meer over de sleutels beschikt. Een dwangsom op afgifte van de sleutels vormt in dat geval dus geen prikkel om aan de veroordeling te voldoen en zou zinloos zijn.