Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:4265

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juli 2024
Publicatiedatum
16 juli 2024
Zaaknummer
13-112711-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 27 KaderbesluitArt. 14, derde lid, OLWArt. 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in verzoek aanvullende toestemming uitbreiding vervolging

De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van de Duitse autoriteiten om aanvullende toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon. In eerdere tussenbeslissingen werd vastgesteld dat de terugkeergarantie voldeed en dat niet alle vragen over de mogelijkheid van de overgeleverde persoon om bezwaren kenbaar te maken, volledig waren beantwoord.

Na aanvullende correspondentie bleek dat de overgeleverde persoon tijdens een zitting expliciet afstand had gedaan van het specialiteitsbeginsel, hetgeen betekent dat hij instemt met uitbreiding van de vervolging. De rechtbank concludeerde dat deze afstand van het specialiteitsbeginsel de grondslag voor het verzoek tot aanvullende toestemming wegneemt.

Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek tot het in behandeling nemen van de aanvullende toestemming. Dit besluit werd genomen door de voorzitter en twee rechters, waarbij twee rechters niet konden medeondertekenen.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek om aanvullende toestemming voor uitbreiding van de vervolging.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-112711-24
Datum beslissing: 2 juli 2024
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 4 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het
Landgericht Bamberg(Duitsland) op 8 januari 2024 en betreft:
[overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats]
nu gedetineerd in Duitsland
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Procesverloop

Tussenbeslissing van 30 mei 2024
Terugkeergarantie
In de tussenbeslissing van 30 mei 2024 is door de rechtbank vastgesteld dat de door de Duitse autoriteiten aan de overgeleverde persoon verleende terugkeergarantie voldoet aan de daartoe gestelde eisen. De rechtbank heeft voorts - kort samengevat - overwogen dat op grond van de beschikbare informatie niet kan worden vastgesteld dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. [1] De rechtbank heeft hierover vragen gesteld aan de Duitse autoriteiten.
Tussenbeslissing van 25 juni 2024
In de tussenbeslissing van 25 juni 2024 heeft de rechtbank vastgesteld dat in de aanvullende informatie van 3 juni 2024 de vragen van de rechtbank niet (volledig) zijn beantwoord. De rechtbank heeft de Duitse autoriteiten in de gelegenheid gesteld die vragen alsnog volledig te beantwoorden.

2.Beoordeling

In een e-mail van 27 juni 2024 heeft Dr. U. Reddler, hoofdofficier van justitie te Bamberg, Duitsland, het volgende geschreven:

Dear colleague,
the defendant [overgeleverde persoon] declared his waiver of the principle of speciality in the main hearing today after explicit instruction on the record in relation to the 21 offences charged.
Best regards
Ursula Redler”
Uit deze informatie leidt de rechtbank af dat de overgeleverde persoon inmiddels op een zitting ten overstaan van een rechterlijke autoriteit expliciet afstand heeft gedaan van het specialiteitsbeginsel en dat hiervan een proces-verbaal is opgemaakt. Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie voorafgaande aan voormeld bericht blijkt dat de overgeleverde persoon in die procedure wordt bijgestaan door een raadsman. Alhoewel dit niet expliciet uit de aanvullende informatie volgt, gaat de rechtbank ervan uit dat de verklaring van de overgeleverde persoon is verkregen onder omstandigheden waaruit blijkt dat de hij uit vrije wil handelt en zich volledig bewust is van de gevolgen.
Daarmee stelt de rechtbank vast dat zich de situatie als bedoeld in artikel 27, derde lid onder f) Kaderbesluit zich voordoet, zodat de grondslag is komen te ontvallen aan het verzoek tot het verkrijgen van aanvullende toestemming als bedoeld in g) van voornoemd artikellid.
Dit betekent dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering strekkende tot het in behandeling nemen van het verzoek om die aanvullende toestemming.

4.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek van het
Landgericht Bamberg(Duitsland) om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van
[overgeleverde persoon] .
Deze beslissing is genomen op 2 juli 2024 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. P. Sloot en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier.
Mrs. P. Sloot en C.M. Delstra zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.