Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:4247

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
13-112711-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op verzoek aanvullende toestemming overlevering met betrekking tot hoorrecht overgeleverde persoon

De Rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van Duitse autoriteiten om aanvullende toestemming voor uitbreiding van vervolging van een overgeleverde persoon op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet (OLW).

De rechtbank constateerde dat de beschikbare stukken onvoldoende waren om een beslissing te nemen met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging. In een eerdere tussenbeslissing van 30 mei 2024 werd vastgesteld dat de terugkeergarantie voldeed, maar dat het niet duidelijk was of de overgeleverde persoon daadwerkelijk de gelegenheid had gekregen om opmerkingen en bezwaren over het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken.

De Duitse autoriteiten bevestigden dat een lijst van strafbare feiten was overhandigd, inclusief de 21 aanvullende feiten, maar gaven geen duidelijk antwoord of er een nader contactmoment was geweest voor het uiten van bezwaren. Daarom houdt de rechtbank de beslissing aan en verzoekt de officier van justitie om deze vraag aan de Duitse autoriteiten te stellen. De beslissing wordt uiterlijk 9 juli 2024 aan een zitting gekoppeld.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing op het verzoek om aanvullende toestemming aan vanwege onduidelijkheid over het hoorrecht van de overgeleverde persoon.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-112711-24
Datum beslissing: 25 juni 2024
TUSSENBESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 4 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het
Landgericht Bamberg(Duitsland) op 8 januari 2024 en betreft:
[overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats]
nu gedetineerd in Duitsland
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn echter niet toereikend om – met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon – een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.

2.Tussenbeslissing van 30 mei 2024

Terugkeergarantie
In de tussenbeslissing van 30 mei 2024 is door de rechtbank vastgesteld dat de door de Duitse autoriteiten aan de overgeleverde persoon verleende terugkeergarantie voldoet aan de daartoe gestelde eisen.
Hoorrecht
De rechtbank heeft - kort samengevat - overwogen dat op grond van de beschikbare informatie niet kan worden vastgesteld dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. [1]
De rechtbank heeft op grond van het bovenstaande de beslissing op het verzoek om aanvullende toestemming aangehouden en de Duitse autoriteiten verzocht het volgende kenbaar te maken:
(I) of er een nader contactmoment is geweest waarbij de overgeleverde persoon voldoende de
gelegenheid is geboden om eventuele opmerkingen en bezwaren naar voren te brengen met
betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming, en
(II) of daarbij de 20 specifiek genoemde aanvullende feiten aan de orde zijn geweest.
De rechtbank overwoog in de tussenbeslissing van 30 mei 2024 dat zij deze vragen stelt omdat uit het overgelegde verhoor van de overgeleverde persoon van 20 april 2023 kan worden afgeleid dat hij nog nader zou worden gehoord over de feiten waarvoor aanvullende toestemming wordt gevraagd. Uit het dossier blijkt niet dat een dergelijk nader verhoor heeft plaatsgevonden, of dat hem op andere wijze nog de gelegenheid is geboden om zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot de aanvullende toestemming naar voren te brengen.

3.Hoorrecht

Bij e-mail van 3 juni 2024 hebben de Duitse autoriteiten een reactie gegeven op de hiervoor onder 2 vermelde vragen van de rechtbank. Hierin wordt - kort samengevat - meegedeeld dat een lijst van strafbare feiten aan de overgeleverde persoon is overhandigd waaronder ook de 21 strafbare feiten waarop het verzoek tot aanvullende toestemming betrekking heeft.
De rechtbank stelt vast dat de Duitse autoriteiten echter geen antwoord hebben gegeven op vraag (I).
De rechtbank verzoekt de officier van justitie dan ook de volgende vraag te stellen aan de Duitse autoriteiten:
- Is er een nader contactmoment geweest waarbij de overgeleverde persoon voldoende de
gelegenheid is geboden om eventuele opmerkingen en bezwaren naar voren te brengen met
betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming ten aanzien van de 21 aanvullende feiten?

4.Beslissing

De rechtbank:
houdt de beslissing op het verzoek om aanvullende toestemming aan;
met dien verstande dat deze, gezien het tijdsverloop tussen het indienen van het verzoek en de vordering van de officier van justitie
uiterlijk 9 juli 2024weer aan een zitting wordt gekoppeld.
Deze beslissing is genomen op 25 juni 2024 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. P. Sloot en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier.

Voetnoten

1.Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.