Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
178,00
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres, een besloten vennootschap, dat de bestuurder van een bijzondere vennootschap wordt veroordeeld tot betaling van een openstaande schuld van €32.915,22, vermeerderd met rente en proceskosten. De bijzondere vennootschap was eerder veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van ruim €80.000, maar had niet voldaan, waarna faillissementsaanvraag volgde.
De bestuurder stelt dat er sprake is van betalingsonmacht vanwege het terugtrekken van een financier, maar heeft geen inzicht gegeven in de financiële situatie van de vennootschap. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit op de weg van de bestuurder lag en dat het ontbreken van bewijs van betalingsonmacht leidt tot de conclusie dat er sprake is van betalingsonwil.
De rechter wijst de vordering toe en veroordeelt de bestuurder tot betaling van het gevorderde bedrag met rente en proceskosten. Tevens wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De uitspraak benadrukt de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder bij het niet nakomen van betalingsverplichtingen zonder voldoende onderbouwing van betalingsonmacht.
Uitkomst: De bestuurder wordt veroordeeld tot betaling van €32.915,22 met rente en proceskosten wegens betalingsonwil.