De rechtbank Amsterdam behandelde twee aan verdachte ten laste gelegde zaken: diefstal met geweld en bedreiging in een winkel te Amsterdam en diefstal van verzorgingsproducten in Almere. Verdachte, geboren in 2005, werd deels vrijgesproken van het trappen tegen het slachtoffer wegens gebrek aan bewijs, maar de overige feiten werden bewezen verklaard.
De rechtbank baseerde haar oordeel op bekennende verklaringen en dossierinhoud. De strafbaarheid van de feiten en verdachte werd vastgesteld, zonder rechtvaardigingsgrond of uitsluitingsgrond. De officier van justitie eiste 116 dagen gevangenisstraf, maar de verdediging verzocht toepassing van het adolescentenstrafrecht vanwege de jeugdige leeftijd en blanco strafblad.
Hoewel de reclassering adviseerde het volwassenenstrafrecht toe te passen wegens ernstige problematiek en hoog recidiverisico, besloot de rechtbank het adolescentenstrafrecht toe te passen. Dit vanwege de indruk dat verdachte pedagogisch beïnvloedbaar is en positieve gedragsveranderingen heeft getoond tijdens het voorarrest.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot twee maanden jeugddetentie met aftrek van voorarrest. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De straf is gebaseerd op artikelen 77a, 77g, 77gg, 77i, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.