Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Liberec(Tsjechië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Judgment of the District Court in Liberecvan 7 april 2022, met kenmerk 3 T 66/2020
,in samenhang met een
Judgement of the Regional Court in Ústí nad Labem – Liberec Branchvan 9 november 2022, met kenmerk 31 To 316/2022.
the Judgment of the District Court in Liberecvan 7 april 2022, met kenmerk 3 T 66/2020-453 een verzamelvonnis betreft, waarbij ook een veroordeling voor een nieuw feit heeft plaatsgevonden. Bij dit vonnis is aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf van drie jaar opgelegd. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld wat heeft geleid tot het arrest van
the Regional Court in Ústí nad Labem – Liberec Branchvan 9 november 2022
,met kenmerk 31 To 316/2022-529. De onderliggende beslissingen zijn als volgt:
Judgment of the District Court in Benešovvan 25 februari 2013, met kenmerk 1 T 82/2011,
Judgment of the Regional Court in Praguevan 10 april 2013
,met kenmerk 9 To 111/2013;
Judgment of the District Court in Liberecvan 24 februari 2015, met kenmerk 69 T 13/2013,
Judgment of the Regional Court in Ústí nad Labem, Liberec Branchvan 3 november 2015, met kenmerk 55 To 185/2015-744;
Judgment of the District Court in Liberecvan 9 november 2016
,met kenmerk 1 T 258/2014-291.
the District Court in Liberecvan 7 april 2022. Volgens de verdediging is dit weliswaar juist, maar heeft de opgeëiste persoon toen om uitstel van de behandeling gevraagd vanwege zijn medische omstandigheden. Vervolgens heeft hij niks meer vernomen over een voortzetting van de behandeling.
the Regional Court in Praguevan 10 april 2013 (met kenmerk 9 To 111/2013) getoetst te worden aan de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro. Blijkens de aanvullende informatie is het arrest op 9 mei 2013 persoonlijk aan de opgeëiste persoon bezorgd, waardoor de in artikel 12, sub c, OLW genoemde omstandigheid aan de orde is, en de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is.
the Regional Court in Ústí nad Labem, Liberec Branchvan 3 november 2015 getoetst te worden aan de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro. Er kan afgezien worden van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro aangezien de opgeëiste persoon kennelijk wetenschap had van de procedure in hoger beroep. Blijkens de aanvullende informatie heeft de opgeëiste persoon zelf het hoger beroep ingesteld, en is een afschrift van het arrest gestuurd naar de
data boxvan de opgeëiste persoon. Hiermee heeft hij stilzwijgend afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
the District Court in Liberecvan 9 november 2016. Dit proces dient dan ook getoetst te worden aan de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro. Er kan afgezien worden van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro aangezien de dagvaarding voor de zitting naar de
data boxvan de opgeëiste persoon is gestuurd, waarna hij heeft laten weten niet aanwezig te kunnen zijn bij de behandeling. Hieruit blijkt dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de zittingsdatum. De opgeëiste persoon heeft ook binnen de wettelijke termijn hoger beroep ingesteld, en vervolgens weer ingetrokken. Dit toont wederom aan dat hij wetenschap had van de procedure.
the Regional Court in Ústí nad Labem – Liberec Branchvan 9 november 2022 (met kenmerk 9 To 111/2013). De rechtbank zal daarom het hoger beroep van het verzamelproces toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
the Regional Court in Praguevan 10 april 2013. De rechtbank zal daarom het hoger beroep van deze procedure toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
the Regional Court in Praguevan 10 april 2013 volgens de informatie in persoon is betekend aan de opgeëiste persoon, hier geen sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 12 sub c OLW Pro, omdat er alleen cassatie mogelijk was.
the Regional Court in Ústí nad Labem, Liberec Branchvan 3 november 2015. De rechtbank zal daarom het hoger beroep van deze procedure toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
data boxvan de opgeëiste persoon is bezorgd. De opgeëiste persoon heeft toen aan de rechtbank laten weten verhinderd te zijn en niet naar de zitting te kunnen komen, waarna hij inderdaad niet aanwezig was bij de behandeling. Uit dezelfde aanvullende informatie blijkt ook dat de opgeëiste persoon binnen de wettelijke termijn hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis, wat hij later weer heeft ingetrokken. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de opgeëiste persoon kennis had van de tegen hem lopende procedure. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de opgeëiste persoon, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, op zijn minst onzorgvuldig is geweest door niet te informeren naar het verdere verloop van de procedure.
4.Strafbaarheid
5.Slotsom
6.Toepasselijke wetsbepalingen
7.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Liberec(Tsjechië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.