Op 20 maart 2024 werd verdachte te Amstelveen aangehouden op verdenking van mishandeling. Tijdens de aanhouding uitte verdachte meerdere beledigingen richting de dienstdoende politieambtenaren, waaronder de woorden "Kankerhoeren. Vieze vuile kankerhonden". De rechtbank achtte het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging, ondanks het verweer van de raadsman dat sprake zou zijn van een flutzaak en dat strafvervolging disproportioneel was.
De rechtbank stelde vast dat verdachte zich recalcitrant gedroeg en zich onnodig grievend uitliet tegen de verbalisanten. De verbalisanten hebben rechtmatig gehandeld bij de aanhouding, waarbij proportioneel geweld werd gebruikt. Verdachte heeft zelf bekend de beledigingen te hebben geuit, wat door de rechtbank als bewezen werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het bewezen verklaarde feit strafbaar is en dat geen rechtvaardigingsgrond of omstandigheden die strafbaarheid uitsluiten aanwezig zijn. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon van verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke geldboete van €300 op. Bij niet-betaling wordt deze vervangen door zes dagen hechtenis.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 26 juni 2024. Het vonnis bevat tevens een overweging over het opportuniteitsbeginsel en de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, waarbij het belang van strafrechtelijke vervolging werd bevestigd.