De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van eiser tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam. Op 3 mei 2023 werd geconstateerd dat eiser zonder betaling parkeerde op een locatie nabij betaalautomaten en een verkeersbord dat een betaald parkeergebied aanduidt.
Eiser voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de parkeerbelastingplicht en dat de hoorplicht door de heffingsambtenaar was geschonden. De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht inderdaad niet was nageleefd, maar dat dit geen nadeel voor eiser opleverde omdat hij voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten te presenteren.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar had voldaan aan het kenbaarheidsvereiste door de aanwezigheid van parkeerautomaten en borden in de directe omgeving. Eiser had zijn onderzoeksplicht moeten nakomen en had daardoor moeten weten dat hij parkeergeld verschuldigd was.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar vanwege de schending van de hoorplicht werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.