ECLI:NL:RBAMS:2024:354
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt na overschrijding redelijke termijn
De politierechter te Amsterdam behandelde op 23 januari 2024 een ontnemingsvordering tegen de veroordeelde wegens het opzettelijk telen van hennepplanten. De officier van justitie vorderde betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op vier oogsten, ter waarde van maximaal €42.233,60. De verdediging betwistte het aantal oogsten en stelde dat slechts twee oogsten aannemelijk zijn.
Na beoordeling van het financieel rapport en de omstandigheden, waaronder de melding van geuroverlast en de staat van de kweekruimte, concludeerde de politierechter dat twee voltooide oogsten aannemelijk zijn. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €18.488,64, rekening houdend met reeds gedane betalingen.
Verder werd de betalingsverplichting verminderd met €5.000 vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier jaar, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechter bepaalde dat de veroordeelde €13.488,64 aan de Staat moet betalen en stelde de maximale duur van gijzeling op 269 dagen.
Uitkomst: Betalingsverplichting van €13.488,64 opgelegd na vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel en vermindering wegens termijnoverschrijding.