Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
modus operandi– kan worden afgeleid.
“ik heb niet 1.000 euro voor niets betaald”en dat zij hem blij moest maken. Als zij hem niet gelukkig zou maken, zou zij problemen hebben. Zij moest op haar knieën zitten en zijn penis in haar mond nemen. Daarna drong hij van achteren binnen in haar vagina. Als de verbalisant haar vraagt met welke Snapchat-screennamen zij contact heeft gehad als het gaat om deze afspraak (
de rechtbank begrijpt: van 28 januari 2023), noemt zij wederom [naam 5] ( [naam 5] ), maar ook [naam 6] . Via dat laatste account had ze contact met een meisje met de naam [naam 7] . Het ging om betaald met mannen omgaan, niet voor seks maar bijvoorbeeld een stad in Nederland laten zien aan mannen die uit het buitenland komen. Zij had uiteindelijk laten weten dat zij daarin niet geïnteresseerd was. Een maand later is [naam 1] vervolgens nog aanvullend gehoord door de politie. Zij heeft verklaard dat zij met [naam 7] van [naam 6] contact had gehad over een afspraak om aan een persoon een rondleiding te geven in Den Haag voor € 800,- of in Amsterdam voor € 1.000,-, maar [naam 1] zou daarop niet meer hebben gereageerd omdat zij met [naam 5] had afgesproken.
“Weet [naam 9] ook waar ik zal zijn met de meneer?”. Het feit dat [naam 1] het telefoonnummer van verdachte – dat aan ‘ [naam 6] ’ toebehoorde – heeft geprobeerd te bellen, vormt voor de rechtbank dan ook geen aanleiding om de betrouwbaarheid van haar verklaringen in twijfel te trekken. Daarbij weegt ook mee dat verdachte ook heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het account [naam 6] met de namen [naam 7] en [naam 9] en dat hij zich ter plaatse met een andere naam heeft voorgesteld.
modus operandi) van verdachte beschrijft. Verdachte lijkt vaker eenzelfde werkwijze te hebben gehanteerd, waarbij hij contact met een jonge vrouw legt door een valse naam te gebruiken en de vrouw in kwestie werk aanbiedt. Dat werk bestaat bijvoorbeeld uit het geven van een rondleiding of rondlopen en praten. Het gaat niet om seks. Daarvoor zou een geldbedrag van honderden euro’s worden betaald. De ontmoeting vindt vervolgens in de buurt van een afgelegen plek plaats, waar het slachtoffer vervolgens stelt te worden verkracht door verdachte. Verdachte stelt telkens dat de seks vrijwillig was en dat de slachtoffers slechts aangifte doen, omdat zij boos op hem waren omdat hij hen niet zou hebben betaald.
modus operandidie verdachte ten aanzien van de twee ten laste gelegde feiten in deze zaak heeft gebruikt. De aangiftes in beide zaken vertonen op specifieke punten zodanige overeenkomsten dat de rechtbank van oordeel is dat gebruik kan worden gemaakt van een schakelbewijsconstructie. Zowel ten aanzien van feit 1 als van feit 2 – zoals hierna onder 4.3.3. wordt overwogen – heeft verdachte een valse naam opgegeven, wordt er veel geld geboden voor het geven van een rondleiding in Amsterdam, worden aangeefsters geleid naar een afgelegen plek en daar vervolgens overrompeld en verkracht.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden.
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelals
- € 854,40 (achthonderdvierenvijftig euro en veertig cent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; en
- € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 januari 2023) tot aan de dag van de algehele voldoening.
- vanaf 24 mei 2024 over een bedrag van € 854,40 (achthonderdvierenvijftig euro en veertig cent); en
- vanaf het moment van het ontstaan van de schade (28 januari 2023) over een bedrag van € 7.500,- (zevenduizend vijfhonderd euro)