De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het uitvoeren van circa 62 kilogram heroïne en 12 kilogram cocaïne, het zonder registratie aanwezig hebben van 10 kilogram ketamine, en het treffen van voorbereidingshandelingen voor de uitvoer van 5 kilogram cocaïne naar Australië. Het bewijs berust onder meer op onderschepte en ontsleutelde berichten via SkyECC, waarin gesprekken over de drugshandel, prijzen, transport en foto's van drugs werden aangetroffen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte de gebruiker was van twee SkyECC-accounts, onderbouwd met meerdere indicaties zoals vluchten, adresgegevens en controles door politie. De chats toonden nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachten, waarbij ieder een eigen rol had in het coördineren, ontvangen en verzenden van drugs. De verdediging stelde dat het bewijs onvoldoende was omdat het uit één bron kwam, maar de rechtbank oordeelde dat er meerdere bewijsmiddelen en bronnen waren.
Verdachte werd vrijgesproken van overtreding van artikel 40, tweede lid, van de Geneesmiddelenwet, maar schuldig bevonden aan overtreding van artikel 38, eerste lid, van die wet. Gezien de ernst van de feiten, de professionele werkwijze en de ontwrichtende impact van de drugshandel, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden op, lager dan de eis van 6 jaar, mede vanwege de uitvoerende rol van verdachte en zijn jeugdige leeftijd.