De politierechter te Amsterdam behandelde het bezwaar van veroordeelde tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om een taakstraf van 56 uren om te zetten in vervangende hechtenis van 28 dagen. De taakstraf was opgelegd ter vervanging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 28 dagen.
Veroordeelde had de taakstraf niet uitgevoerd, mede doordat hij van 26 mei tot 15 augustus 2023 gedetineerd zat wegens een incident in zijn woonvoorziening. Na zijn detentie had hij geen vaste woonplek en logeerde tijdelijk bij zijn zus, waardoor berichten van de reclassering hem niet bereikten. Ook was telefonisch contact bemoeilijkt door een wijziging van zijn telefoonnummer.
De politierechter oordeelde dat het veroordeelde te verwijten viel dat hij de taakstraf niet uitvoerde vóór zijn detentie, maar dat de omstandigheden na zijn detentie hem niet konden worden aangerekend. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard, de beslissing tot vervangende hechtenis opgeheven en veroordeelde in de gelegenheid gesteld de taakstraf alsnog binnen zes maanden te voltooien.