De rechtbank Amsterdam heeft verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde belagingen van twee personen en de computervredebreuk, omdat de gedragingen niet stelselmatig waren en niet met de intentie om angst aan te jagen of te dwingen. De context van co-ouderschap en het ontbreken van dreigende communicatie waren hierbij doorslaggevend.
Wel is bewezen verklaard dat verdachte in de periode van 12 tot en met 15 oktober 2023 de tweede persoon heeft bedreigd door het versturen van twee rouwboeketten met begeleidende brieven waarin werd gesuggereerd dat het slachtoffer zou overlijden. De rechtbank oordeelde dat verdachte dit feit heeft gepleegd ondanks een alternatief scenario dat hij niet de afzender zou zijn, omdat dit scenario werd weerlegd door onder meer track & trace gegevens, enkelbandregistraties en correctie van camerabeelden.
De rechtbank achtte de bedreiging ernstig vanwege de morbide aard en de context van een conflict met de ex-partner van verdachte. Gezien het strafblad en het reclasseringsadvies legde de rechtbank een gevangenisstraf van één maand op, met aftrek van voorarrest, welke verdachte reeds heeft uitgezeten. Daarnaast worden de inbeslaggenomen voorwerpen teruggegeven omdat er geen grondslag is voor verbeurdverklaring.