ECLI:NL:RBAMS:2024:3143
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete en last onder dwangsom wegens onrechtmatige verhuur woonruimte
Verzoekster heeft een bestuurlijke boete van €21.750 en een last onder dwangsom van €44.000 opgelegd gekregen wegens het onrechtmatig verhuren van woonruimte aan toeristen. Verweerder verklaarde de bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Verzoekster stelde dat zij haar financiële verplichtingen niet kan nakomen als zij moet voldoen aan de boete en dwangsom.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt in een acute financiële noodsituatie te verkeren. Verzoekster overhandigde weliswaar bankafschriften en een overeenkomst met een werkgever, maar er ontbraken stukken over de hoogte van haar inkomsten. Ook is het niet aannemelijk dat zij geen inkomsten kan genereren uit de woonboot, omdat de last verhuur niet verbiedt maar slechts voorwaarden stelt.
Verweerder bood een ruime betalingsregeling aan, die aangepast kan worden op basis van financiële gegevens van verzoekster. Omdat er geen spoedeisend belang is en de besluiten niet evident onrechtmatig zijn, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 5 juni 2024 en bindt niet in een bodemprocedure. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete en last onder dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en geen evident onrechtmatigheid.