ECLI:NL:RBAMS:2024:2598
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming ongedocumenteerde vreemdeling uit landelijke vreemdelingenvoorziening
De gemeente Amsterdam vordert in kort geding dat de ongedocumenteerde vreemdeling [gedaagde], die sinds juli 2021 in een opvanglocatie verblijft, wordt veroordeeld tot ontruiming van deze locatie. Het LVV-traject, gericht op een bestendige oplossing zoals terugkeer naar het land van herkomst, is beëindigd na 1,5 jaar vanwege het ontbreken van medewerking van [gedaagde].
[gedaagde] voert verweer dat de bestuursrechter bevoegd is en dat het traject niet correct is afgesloten. Ook wijst hij op zijn medische situatie en de lopende beroepsprocedure tegen de sommatie tot vertrek. De rechtbank oordeelt echter dat de civiele rechter bevoegd is voor de ontruimingsvordering en dat het LVV-traject terecht is beëindigd.
De rechtbank vindt onvoldoende medische noodzaak voor een uitzondering en acht het belang van de gemeente, mede vanwege de wachtlijst voor opvang, zwaarder dan het belang van [gedaagde]. Daarom wordt hij veroordeeld om binnen zeven dagen de opvanglocatie te verlaten, met uitvoerbaarheid bij voorraad en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ongedocumenteerde vreemdeling wordt veroordeeld om binnen zeven dagen de opvanglocatie te verlaten wegens beëindiging van het LVV-traject en onvoldoende medewerking aan terugkeer.