De zaak betreft een geschil over een telefonisch afgesloten energiecontract tussen eiseres en energieleverancier HEM. Tijdens het telefoongesprek heeft de vennoot van eiseres digitaal twee keer een handtekening gezet onder een volmacht en een leveringsovereenkomst voor gas en stroom. Eiseres stelt dat zij onder druk is gezet en dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen vanwege dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk een overeenkomst tot stand is gekomen, omdat de vennoot erkent dat hij wist waarvoor hij tekende. De volmacht is niet relevant omdat deze niet feitelijk is gebruikt. De stellingen over dwaling en bedrog worden verworpen omdat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat het aanbod van HEM minder gunstig was dan het bestaande contract.
Vervolgens gaat de rechtbank in op de opzegvergoeding die HEM in rekening bracht na beëindiging van het contract wegens wanbetaling. De opzegvergoeding is gebaseerd op algemene voorwaarden en productvoorwaarden, maar de hoogte ervan is niet vooraf duidelijk gemaakt. Dit is in strijd met de Richtsnoeren Redelijke Opzegvergoeding Vergunninghouders van de ACM, waardoor de opzegvergoeding niet redelijk is en niet verschuldigd.
De rechtbank wijst de vordering van eiseres toe tot vermindering van de opzegvergoeding en wijst buitengerechtelijke incassokosten toe op basis van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. HEM wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen, de proceskosten en de wettelijke rente. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.