8.3Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Hij heeft daarmee inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf, in dit geval de Apple Store. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit dat schade en hinder veroorzaakt voor de gedupeerde winkelbedrijven. Verdachte heeft hiermee laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendommen.
Persoon van verdachte
Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 15 maart 2024 blijkt dat hij sinds 2022 veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten. Dit heeft hem er niet van weerhouden om het bewezenverklaarde feit te plegen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de reclassering (Jeugdbescherming & Reclassering) van 30 januari 2024, opgemaakt door de heer [persoon] . Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:
Verdachte staat niet ingeschreven in Nederland, heeft geen werk of inkomen en spreekt geen Nederlands. Ondanks herhaaldelijke veroordelingen en gevangenisstraffen heeft verdachte zijn delictgedrag niet veranderd. Het risico op recidive wordt dan ook ingeschat als hoog. Verdachte heeft als Roemeens onderdaan enkel gedurende een half jaar in Nederland ingeschreven gestaan, waardoor hij nog onvoldoende rechten heeft opgebouwd om in aanmerking te komen voor sociale voorzieningen in Nederland. Gezien bovenstaande bezwaren en aangezien betrokkene geen praktische of andere problemen ervaart en hij geen hulpvraag heeft aan de reclassering, acht de reclassering de uitvoering van een reclasseringstoezicht in Nederland met al dan niet verplichte hulpverlening in een ambulant kader niet haalbaar.
Een deels voorwaardelijke straf met meldplicht, die in het kader van WETS overgedragen kan worden naar Roemenië acht de reclassering evenmin haalbaar. Niet bekend is of verdachte hieraan mee zou werken en of Roemenië de strafoverdracht zou accepteren. Verdachte wil bovendien niet blijvend terugkregen naar Roemenië.
Indien schuldig bevonden, adviseert de reclassering om verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen, aangezien zij geen alternatieven ziet om het delictgedrag te veranderen.
Een veroordeling tot een ISD maatregel kan een reden zijn om het verblijfsrecht van verdachte (versneld) te beëindigen en/of om hem tot ongewenst vreemdeling te verklaren. Verdachte zal, indien zijn verblijfsrecht wordt ingetrokken, worden geplaatst in PI [locatie] , locatie [locatie] , de zogenoemde ISD-Vreemdelingen in Strafrecht (VRIS). De invulling van de maatregel is in dit geval gericht op repatriëring met een zachte landing in Roemenië.
Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting reclasseringswerker [persoon] , werkzaam als reclasseringswerker bij Jeugdbescherming & Reclassering, als deskundige gehoord. Hij heeft de informatie uit het reclasseringsrapport bevestigd en toegelicht.
Voldaan aan ‘harde’ ISD-criteria
De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 15 maart 2024 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 23 december 2023 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het in dit vonnis bewezenverklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
Voldaan aan ‘zachte’ ISD-criteria
Verdachte is veelvuldig veroordeeld wegens vermogensdelicten waarvoor hij gevangenisstraffen heeft opgelegd gekregen. Deze straffen hebben hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te begaan. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat verdachte ook in België en Duitsland veroordeeld is voor vermogensdelicten. Verdachte heeft als EU-onderdaan onvoldoende rechten opgebouwd in Nederland en kan dus geen aanspraak maken op sociale voorzieningen. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is naar het oordeel van de rechtbank geen reëel alternatief, omdat hiermee het recidiverisico onverminderd hoog blijft. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel ISD eist. De rechtbank ziet geen reden om deze maatregel niet op te leggen en zal daarom de officier van justitie op dit punt van de vordering volgen.
Als het verblijfrecht van verdachte, als gevolg van de opgelegde maatregel mogelijk versneld, wordt ingetrokken en hij tot ongewenst vreemdeling wordt verklaard zal de invulling van de maatregel gericht worden op repatriëring ‘met een zachte landing’ in Roemenië.
Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.