ECLI:NL:RBAMS:2024:2164
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak schuldwitwassen wegens ontbreken bewijs kennis criminele herkomst geld
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 april 2024 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van schuldwitwassen van in totaal €20.000,-. De tenlastelegging betrof het contant opnemen van geldbedragen afkomstig van een voorschot coronasteun dat door oplichting was verkregen.
Tijdens de terechtzitting op 21 maart 2024 werd vastgesteld dat verdachte de contante bedragen had opgenomen, maar ontkende dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld crimineel was verkregen. Hij verklaarde dat hij handelde op verzoek van zijn broer en een vriend en het geld aan hen had gegeven.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs in het dossier om aan te nemen dat verdachte op de hoogte was van de criminele herkomst van het geld. Daarom werd het tenlastegelegde niet bewezen verklaard en verdachte vrijgesproken.
De uitspraak benadrukt het belang van bewijs voor de kennis of het vermoeden van de verdachte omtrent de herkomst van het geld bij schuldwitwassen. Zonder dat bewijs kan geen veroordeling volgen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van schuldwitwassen wegens ontbreken van bewijs dat hij wist of moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.