ECLI:NL:RBAMS:2024:1999
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Eiser verzocht om een urgentieverklaring voor woningtoewijzing, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar een woning had, maar dat de staat van die woning onvoldoende was om te spreken van een urgent huisvestingsprobleem. De aangeboden alternatieve woning werd als passend beschouwd, ondanks dat eiser dit betwistte zonder nadere onderbouwing.
Verder hoefde verweerder geen inhoudelijke medische beoordeling te doen omdat de aanvraag op grond van twee algemene weigeringsgronden kon worden afgewezen. De hardheidsclausule werd terecht niet toegepast omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een acuut levensbedreigend probleem.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen recht had op een urgentieverklaring, geen griffierecht terugkreeg en geen proceskostenvergoeding werd toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard.