ECLI:NL:RBAMS:2024:1886
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nadeelcompensatie voor vaste consumptiekraam na herinrichting Waterloopleinmarkt
Eiser exploiteerde sinds 1985 een vaste consumptiekraam op de Waterloopleinmarkt. Met het Afschaffings- en instellingsbesluit tijdelijke markt van 18 augustus 2020 werd de vaste markt afgeschaft en een tijdelijke markt ingesteld, waardoor eiser zijn niet-mobiele kraam moest verplaatsen. Eiser diende een aanvraag voor nadeelcompensatie in wegens de schade die hij hierdoor leed.
Het college wees de aanvraag grotendeels af op grond van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie (AVN), omdat de schade niet aan het besluit kon worden toegerekend maar het gevolg was van keuzes van eiser zelf. Wel werd op grond van de hardheidsclausule een voorschot toegekend. Eiser maakte bezwaar en ging in beroep tegen de besluiten.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht de weigeringsgronden toepaste. De schade is het gevolg van het feit dat eiser zijn kraam niet mobiel kon maken en niet van het besluit zelf. Het jarenlang gedogen van de vaste kraam geeft geen recht op compensatie. Wel wordt een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar- en beroepsfase.
Daarnaast worden proceskosten van € 437,50 toegekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen nadeelcompensatie ontvangt, maar wel een vergoeding voor immateriële schade en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser ontvangt geen nadeelcompensatie, maar wel een immateriële schadevergoeding van € 1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.