Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Vonnis is bepaald op heden.
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert Bunq de opheffing van dwangsommen die zijn opgelegd wegens niet-nakoming van een vonnis waarin zij werd veroordeeld tot het verstrekken van bankgegevens. De dwangsommen zijn opgelegd nadat Bunq niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens had verstrekt. De kern van het geschil is dat het vonnis gebaseerd was op een foutief rekeningnummer, waardoor Bunq feitelijk niet aan de veroordeling kon voldoen.
Conrady, de wederpartij, had een bedrag van € 53.000,- overgemaakt naar een rekening die niet toebehoorde aan de vermeende Mercedes-dealer, wat leidde tot aangifte van oplichting. Bunq had maatregelen getroffen maar weigerde aanvankelijk de identiteit van de rekeninghouder te verstrekken. Na het verstekvonnis en het opleggen van dwangsommen bleek het rekeningnummer onjuist te zijn, een fout die door Conrady zelf was gemaakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Bunq niet aan het vonnis kon voldoen vanwege de fout in het rekeningnummer en heft daarom de dwangsommen op. Tevens wordt Bunq veroordeeld om binnen drie dagen het nummer van het identiteitsbewijs van de rekeninghouder te verstrekken, omdat Conrady een gerechtvaardigd belang heeft bij deze informatie om de mogelijke fraudeur te kunnen aanspreken.
De proceskosten worden verdeeld waarbij Conrady wordt veroordeeld in conventie en Bunq in reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De dwangsommen worden opgeheven en Bunq moet het identiteitsbewijsnummer van de rekeninghouder verstrekken.