Op 7 december 2023 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden nabij een woning te Amsterdam waar zij probeerden binnen te dringen. De politie ontving een melding dat er een overval met geweld gepland zou zijn, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet bewezen kon worden verklaard. Wel werd vastgesteld dat verdachte en medeverdachte met een valse sleutel de portiekdeur openden en daarmee een poging tot diefstal pleegden.
De verdediging voerde vrijwillige terugtred aan, stellende dat verdachte de poging zelf had afgebroken door weg te lopen. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het vertrek werd veroorzaakt door het aangaan van het portieklicht, een uitwendige prikkel. Verdachte werd strafbaar verklaard voor de poging diefstal met een valse sleutel.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, de impact op de bewoners en de samenleving, en het feit dat het om een poging ging. Verdachte had geen eerdere veroordelingen in Nederland. De straf werd verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht.