Eiseres heeft op 29 januari 2021 een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) voor informatie over Covid. Na het uitblijven van een besluit heeft zij meerdere keren beroep ingesteld tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken steeds bepaald dat verweerder binnen veertien dagen moest beslissen, onder dreiging van een dwangsom.
Op 16 januari 2024 heeft eiseres voor de vijfde keer beroep ingesteld, met het verzoek om een dwangsom van €5.000 per dag bij overschrijding. De rechtbank heeft het verzoek om een zitting te houden laten varen en het beroep zonder zitting behandeld. De rechtbank oordeelt dat het uitblijven van besluitvorming na ruim drie jaar excessief is en gaat uit van de toezegging van verweerder om uiterlijk 31 maart 2024 te beslissen.
De rechtbank wijst een nieuwe dwangsom in de eerdere orde van grootte af vanwege de reeds opgelegde dwangsommen van ruim €110.000 en het algemene belang van openbaarmaking. Wel legt zij een dwangsom van €1 per dag op bij overschrijding. Verweerder wordt opgedragen de proceskosten en griffierecht aan eiseres te vergoeden. Eiseres kan bij niet-naleving opnieuw beroep instellen, dat dan met voorrang zal worden behandeld.