Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:1470

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 februari 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
13/031370-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SvArt. 36e SvArt. 36n Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens ontbreken vertaalde betekening op juiste woonplaats

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 februari 2024 de zaak tegen verdachte, die was gedagvaard voor mishandeling en poging tot zwaar lichamelijk letsel op of omstreeks 3 februari 2020.

De kern van het geschil betrof de geldigheid van de dagvaarding. Verdachte was ingeschreven op een adres in Nederland, maar de vertaalde dagvaarding was niet op dat adres betekend. De dagvaarding was wel toegezonden naar het buitenlandse adres van verdachte, maar volgens de wettelijke bepalingen had eerst betekening in Nederland moeten plaatsvinden tenzij dat niet mogelijk was.

De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding voor de zitting van 26 oktober 2023 niet op de juiste wijze was betekend en daarom nietig was. Pogingen om dit te herstellen door het uitbrengen van een oproep met vertaling voor de zitting van 22 februari 2024 voldeden niet aan de eisen, omdat deze oproep niet gepaard ging met een vertaalde dagvaarding.

Hierdoor kon niet duidelijk en ondubbelzinnig worden vastgesteld voor welke feiten verdachte terecht moest staan, hetgeen volgens vaste jurisprudentie vereist is. De rechtbank verklaarde daarom de dagvaarding nietig.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens niet-naleving van de wettelijke betekeningseisen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/031370-20
Datum uitspraak: 22 februari 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteland] op [geboortedag] 1993,
als woon- en verblijfplaats opgegeven het adres:
[adres], [plaats].

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 oktober 2023 en 22 februari 2024. Verdachte was op beide zittingen niet aanwezig.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.A. Alsemgeest en van wat de raadsvrouw van verdachte mr. S.M. Hof, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is
primairten laste gelegd dat hij
op of omstreeks 3 februari 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [persoon] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, meerdere malen, althans eenmaal, terwijl hij bovenop voornoemde [persoon] zat en/of hem vasthield en/of tegen de grond drukte,
- met (gebalde) vuist en/of elleboog (met kracht) op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te slaan en/of stompen en/of
- met geschoeide voet op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te schoppen en/of trappen en/of
- een knietje op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te geven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Indien dat niet tot bewezenverklaring kan leiden is
subsidiairten laste gelegd dat hij
op of omstreeks 3 februari 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [persoon] heeft mishandeld door voornoemde [persoon] meerdere malen, althans eenmaal, terwijl hij bovenop voornoemde [persoon] zat en/of hem vasthield en/of tegen de grond drukte,
- met (gebalde) vuist en/of elleboog (met kracht) op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te slaan en/of stompen en/of
- met geschoeide voet op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te schoppen en/of trappen en/of
- een knietje op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te geven.

3.Geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank stelt op basis van de SKDB-gegevens van verdachte van 22 september 2023 en 22 februari 2024 vast dat hij staat ingeschreven op een adres in [geboorteland] en dat sinds 1 april 2021 het adres [adres] in [plaats] als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats is geregistreerd.
Verder stelt de rechtbank vast dat voor de zitting van 26 oktober 2023 aan verdachte een dagvaarding, met bijbehorende vertaling, is toegezonden naar het van hem bekende adres in [geboorteland]. Voor deze zitting is geen vertaalde dagvaarding uitgereikt op het adres [adres] in [plaats]. Volgens de wettelijke betekeningsvoorschriften (artikel 36b in combinatie met 36e van het Wetboek van Strafvordering) had de dagvaarding eerst moeten worden uitgereikt op de van verdachte bekende woon- of verblijfsplaats in Nederland. Alleen als de dagvaarding op dat adres niet had kunnen worden uitgereikt, omdat is gebleken dat verdachte daar niet (meer) woont/verblijft of dat geen andere bewoners aanwezig zijn om de dagvaarding voor hem in ontvangst te nemen, had (ook) toezending van de vertaalde dagvaarding naar het buitenland moeten plaatsvinden. Nu de vertaalde dagvaarding niet is uitgereikt op de [adres] in [plaats], was de dagvaarding voor de zitting van 26 oktober 2023 op grond van artikel 36n Sv nietig. Dat de rechtbank op die zitting niet tot nietigheid van de dagvaarding heeft beslist en de behandeling van de zaak heeft geschorst om het Openbaar Ministerie in de gelegenheid te stellen nog eventueel ontbrekende documenten aan te leveren die het gebrek in de betekening zouden kunnen herstellen, maakt dat niet anders nu die documenten er kennelijk niet zijn, althans niet zijn aangeleverd.
De vertaalde dagvaarding is voor de zitting van 22 februari 2024 niet (alsnog) op de bij wet voorgeschreven wijze aan verdachte betekend. De rechtbank stelt vast dat voor de zitting van 22 februari 2024 is gepoogd een oproep met vertaling uit te reiken op het van verdachte bekende woon- of verblijfsplaats aan de [adres], maar dat is gebleken dat hij daar niet meer verblijft. Ook is een vertaalde oproep toegezonden naar het van verdachte bekende adres in [geboorteland]. Uit de stukken blijkt echter niet dat deze oproep óók was voorzien van een vertaalde dagvaarding (artikel 36e lid 3 Sv). Een enkele oproeping na een – vanwege de ongeldigheid van de dagvaarding onterechte – schorsing van het onderzoek ter terechtzitting voldoet niet aan de met het uitbrengen van een dagvaarding beoogde doel dat duidelijk en ondubbelzinnig moet zijn voor welke feiten verdachte terecht moet staan (HR 11 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL4349).

4.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,
mrs. M. Nieuwenhuijs en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden en V.C. Samsom, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 februari 2024.