Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:1321

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 maart 2024
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
13/232065-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens overlijden verdachte; vordering benadeelde partij afgewezen

Op 3 september 2022 vond een incident plaats waarbij een man werd aangevallen en gewond raakte bij een woning in Amsterdam. Dit leidde tot het onderzoek Catanzaro, waarbij verdachte werd aangewezen als verdachte van gijzeling, afpersing en diefstal met valse sleutel.

Tijdens de terechtzittingen op 8 en 15 december 2023 is het onderzoek behandeld, waarbij ook andere medeverdachten betrokken waren. Op 25 februari 2024 is verdachte overleden, zoals bevestigd door de gemeentelijke lijkschouwer.

Hierdoor verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte op grond van artikel 69 Sr Pro. Tevens wordt de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank gelast de bewaring van een in beslag genomen iPhone ten behoeve van de rechthebbende.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 8 maart 2024.

Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden verdachte; vordering benadeelde partij wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/232065-22
Datum uitspraak: 8 maart 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] .

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 8 en 15 december 2023.
De zaken tegen verdachte (hierna ook: [verdachte] ) zijn gelijktijdig, maar niet gevoegd, op de zitting behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (13/231492-22 en 13/330553-22, hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] (13/228301-22, hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] (13/231083-22, hierna: [medeverdachte 3] ), [medeverdachte 4] (13/238356-22, hierna: [medeverdachte 4] ), [medeverdachte 5] (13/232704-22 en 13/330539-22, hierna: [medeverdachte 5] ), [medeverdachte 6] (13/236931-22, hierna: [medeverdachte 6] ), [medeverdachte 7] (13/236782-22 en 13/214362-23, hierna: [medeverdachte 7] ) en [medeverdachte 8] (13/236701-22, hierna: [medeverdachte 8] ).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de officieren van justitie, mrs. A.M. Lobregt en J.H. van der Meij (hierna: de officier van justitie) en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.A.J. Purperhart, naar voren hebben gebracht.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van dat wat namens de benadeelde partij [benadeelde partij] (hierna: [benadeelde partij] ) naar voren is gebracht door zijn advocaat mr. S.C. van Bunnik.
Het onderzoek is gesloten op 8 maart 2024, waarna direct uitspraak is gedaan in de zaken van verdachte en de medeverdachten.

2.Inleiding en tenlastelegging

Op 3 september 2022 krijgen verbalisanten omstreeks 23.45 uur de opdracht te gaan naar het Nieuwlandhof in Amsterdam. Volgens de melder zou door een groep personen geweld zijn gebruikt tegen één man, waarna het slachtoffer bij het portiek van een nabijgelegen woning heeft aangebeld. Ter plaatse gekomen verbalisanten treffen [benadeelde partij] daar gewond aan. Dit is de start geweest van onderzoek Catanzaro. De verklaringen van [benadeelde partij] en nader onderzoek hebben ertoe geleid dat [verdachte] als verdachte is aangemerkt van de feiten die in de tenlastelegging zijn opgenomen.
Kort weergegeven is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich op 3 september 2022 in Amsterdam en/of Duivendrecht en/of Den Haag en/of Purmerend, althans in Nederland, samen met anderen, ten aanzien van [benadeelde partij] heeft schuldig gemaakt aan:
feit 1:
gijzeling (primair) dan wel wederrechtelijke vrijheidsberoving (subsidiair);
feit 2:
afpersing (primair) dan wel dwang (subsidiair);
feit 3:
diefstal door middel van een valse sleutel.
De volledige tekst van de tenlastelegging staat in
bijlage Ivan dit vonnis. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Officier van justitie mr. N.R. Bakkenes heeft in een brief van 27 februari 2024 kenbaar gemaakt dat verdachte blijkens een verslag van de gemeentelijke lijkschouwer dr(s). A. Beijering op 25 februari 2024 is overleden. De officier van justitie wordt, gelet op artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr), daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte.

4.Beslag

Onder verdachte is een iPhone in beslag genomen.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegelicht dat, van de goederen die vermeld staan op de beslaglijst, alleen nog strafrechtelijk beslag rust op de telefoon. Dit betreft de iPhone met goednummer 737759.
De rechtbank gelast de bewaring van de telefoon ten behoeve van de rechthebbende. Ten aanzien van het andere op de beslaglijst vermelde voorwerp neemt de rechtbank geen beslissing omdat het strafrechtelijk beslag daarvan al is afgehandeld volgens de officier van justitie.

5.Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] wordt, gelet op het overwogene onder 3, in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

6.Beslissingen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissingen.
Verklaart de
officier van justitie niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte.
Gelast de
bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan:
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-AD2R022097_737759, Apple).
Verklaart de
benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijkin zijn vordering.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Smit, voorzitter,
mrs. G.M. van Dijk en E. Slager, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 maart 2024.