ECLI:NL:RBAMS:2024:128
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens motiveringsgebrek bij terugvordering bijstandsuitkering
Eiseres werkte parttime en ontving een aanvullende bijstandsuitkering. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam had een bedrag van € 784,87 verrekend met haar bijstandsuitkering over juli 2022 wegens vermeend te veel ontvangen uitkering over mei en juni 2022.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze verrekening, omdat zij onduidelijkheden zag in de berekening en de hoogte van het geschatte recht op bijstand. De rechtbank stelde vast dat het college bij de berekening van het recht over mei 2022 uitging van een onjuist bedrag van € 755,26 in plaats van het daadwerkelijk toegekende bedrag van € 1.091,71, wat een motiveringsgebrek opleverde.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard en het bestreden besluit werd vernietigd, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht. Dit omdat een juiste berekening zou leiden tot een hoger terugvorderingsbedrag dan het reeds verrekende bedrag, waardoor eiseres niet in een nadeligere positie mocht komen.
De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter A.R. Vlierhuis op 12 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven ongewijzigd.