Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2024 in de zaken tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te Hoofddorp, eisers
[belanghebbende], te Amstelveen (belanghebbende)
Procesverloop
Overwegingen
. [2]
als er überhaupt geen andere reële uitwegmogelijkheid beschikbaar is’. Uit de woorden ‘überhaupt’ en ‘reële’ leidt de rechtbank af dat de feitelijke situatie zoals die ten tijde van de aanvraag bestaat, leidend is. De bevoegdheid van het college om een omgevingsvergunning voor een nieuwe uitweg te verlenen gaat dus niet zó ver dat daarbij vooruit moet worden gelopen op onzekere toekomstige situaties.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtsmiddel
Bijlage: Wettelijk kader
b. er geen andere uitwegmogelijkheid beschikbaar is dan wel er sprake is van een groot openbaar belang waarbij er geen reële alternatieven beschikbaar zijn en de uitweg aantoonbaar zo verkeersveilig mogelijk is;
c. verlening van de omgevingsvergunning niet in strijd is met de belangen zoals genoemd in artikel 4.79; en
d. de aanvraag betrekking heeft op de eerste uitweg van het perceel of een tweede uitweg, indien deze bijdraagt aan een verbetering van de verkeersveiligheid.
In het bijzonder van belang in het kader van dit artikel is dat op stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen in principe geen nieuwe uitwegen worden vergund en dat structurele verzwaring van het gebruik van bestaande uitwegen op deze wegen niet wordt toegestaan. Een uitweg is namelijk een potentieel conflictpunt. Directe uitwegen op provinciale wegen brengen daarmee, gezien de relatief hoge snelheden op de provinciale weg, per definitie een hoog ongevalsrisico met zich mee. Daarom is het van belang bestaande uitwegen zo veilig mogelijk te gebruiken en te onderhouden en verzoeken voor de aanleg van nieuwe uitwegen zorgvuldig af te wegen in een omgevingsvergunningsprocedure. Het is de bedoeling dat percelen aan deze wegen worden ontsloten via andere wegen of, als dat niet mogelijk is, door eigenaars en gebruikers van percelen gezamenlijk gebruik wordt gemaakt van uitwegen. Om een uitweg aan te leggen of aan te passen is het vaak nodig om extra voorzieningen te treffen, zoals het maken van een dam of duiker of het verharden van de tussenberm. Deze zaken worden ook in de vergunning geregeld, want ze behoren tot de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder.
- het zicht op en vanaf de uitweg niet wordt belemmerd;
- er voldoende ruimte is om de uitweg vooruit rijdend en zonder onderbrekingen op en af te rijden;
- de uitweg op meer dan 150 meter van een gelijkvloerse kruising van wegen, een invoegstrook of een uitvoegstrook ligt; en
- de uitweg op een andere locatie ligt dan waar tot de weg behorende verkeersvoorzieningen zijn gelegen die het veilig en onbelemmerd in- en uitrijden van de uitweg kunnen beperken.