ECLI:NL:RBAMS:2023:8737

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 november 2023
Publicatiedatum
20 februari 2024
Zaaknummer
13/245525-23 (AVT)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OverleveringswetArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 27 Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 607e lid 3 sub 8 Pools Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering van Pools verzoek tot aanvullende toestemming wegens ontbreken nationaal arrestatiebevel

De rechtbank Amsterdam heeft op 14 november 2023 een beslissing genomen over een Pools verzoek tot aanvullende toestemming voor uitbreiding van vervolging op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet. Het verzoek betrof een overgeleverde persoon geboren in 1975, en was ingediend door de Poolse autoriteiten. Uit de beoordeling bleek dat de rechten van de verdediging van de overgeleverde persoon waren geëerbiedigd en dat het verzoek betrekking had op een feit waarvoor overlevering krachtens de Overleveringswet mogelijk was.

Echter ontbraken in het verzoek de vereiste gegevens zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ, met name het ontbreken van een nationaal arrestatiebevel. De Poolse autoriteiten bevestigden dat het verzoek niet was gebaseerd op een nationaal arrestatiebevel, maar op een specifieke Poolse procedure die afwijkt van de standaardregels van het Europees Arrestatiebevel.

Gezien artikel 27, vierde lid, in verbinding met artikel 8 van Pro het Kaderbesluit, is vereist dat een nationale rechterlijke beslissing ten grondslag ligt aan een verzoek om aanvullende toestemming. Omdat een nationaal aanhoudingsbevel ontbreekt, heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de officier van justitie.

Uitkomst: Het verzoek tot aanvullende toestemming voor uitbreiding van vervolging wordt geweigerd wegens het ontbreken van een nationaal arrestatiebevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/245525-23 (AVT)
Datum beslissing: 14 november 2023
BESLISSING
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 11 oktober 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is op 25 september 2023 ontvangen en ingediend door de
Regional Court in Lublin(Polen) op
22 augustus 2023 en betreft:
[opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats]
thans verblijvende in [land]
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Uit de stukken blijkt dat de rechten van de verdediging van de overgeleverde persoon zijn geëerbiedigd.
Het verzoek betreft een feit ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
Het verzoek bevat echter niet alle gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Uit de stukken blijkt namelijk niet dat aan het verzoek tot vervolging een nationaal arrestatiebevel ten grondslag ligt.
Desgevraagd heeft de uitvaardigende autoriteit bij brief van 27 oktober 2023 het volgende laten weten:
“1. Such a request is not based on (national) "arrest warrant or other enforceable
equivalent judicial decision" but its basis is the provision of article 607e paragraph 3
item 8 of Polish Code of Criminal Procedure, from which it follows that the exception
from the rule that a person, surrendered in execution of the European Arrest Warrant
cannot be prosecuted for offences other than those which were the basis of the surrender is the situation when the judicial authority of executing state, which surrendered requested person, at the request of the court which is competent to issue a warrant, consented to prosecute for the offences committed before surrender.
Uit artikel 27, vierde lid in verbinding met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ blijkt dat ook aan een verzoek om aanvullende toestemming een nationale rechterlijke beslissing in de zin van laatstgenoemde bepaling ten grondslag moet worden gelegd. Uit de reactie van de Poolse autoriteiten blijkt dat er geen nationaal aanhoudingsbevel of een soortgelijk bevel is uitgevaardigd. Nu een nationaal aanhoudingsbevel ontbreekt zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
WEIGERTtoestemming voor uitbreiding van de vervolging van
[opgeëiste persoon]
voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 14 november 2023 door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en A.W.T Klappe, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon