ECLI:NL:RBAMS:2023:8505
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verklaring omtrent gedrag voor taxichauffeurskaart
Eiser vroeg een verklaring omtrent gedrag (VOG) aan voor een chauffeurskaart, welke door verweerder werd afgewezen op basis van justitiële antecedenten binnen de terugkijktermijn van vijf jaar.
Eiser werd veroordeeld voor het bezit van drugs en kreeg een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Hoewel het objectieve criterium voor weigering werd erkend, betwistte eiser de beoordeling van het subjectieve criterium, stellende dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht meer gewicht toekende aan het maatschappelijke risico dan aan het belang van eiser, en dat verweerder niet verplicht was nader onderzoek te doen naar mogelijke schade voor eiser.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de afwijzing van de VOG gehandhaafd en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een verklaring omtrent gedrag en verklaart het beroep ongegrond.