Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:8429

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 december 2023
Publicatiedatum
28 december 2023
Zaaknummer
13/262609-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor gewelddadige diefstal en mishandeling

De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 november 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Hongaarse justitiële autoriteit. Het EAB betreft de overlevering van een persoon die een vrijheidsstraf van drie jaar en vier maanden moet ondergaan wegens diefstal door meerdere personen met geweld en medeplegen van mishandeling.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat zij op de hoogte was van de procedure, mede door e-mailcorrespondentie waarin zij bevestigde de oproeping te hebben ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de weigeringsgrond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW) niet van toepassing was, omdat de opgeëiste persoon daadwerkelijk kennis had genomen van de oproeping.

De feiten waarvoor overlevering wordt verzocht, voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid onder Nederlands recht. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle formele eisen voldoet en dat geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan. Daarom werd de overlevering toegestaan.

De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is onherroepelijk volgens artikel 29, tweede lid, OLW. De opgeëiste persoon zal worden overgeleverd aan Hongarije om de resterende straf van ruim drie jaar uit te zitten.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe voor de uitvoering van de resterende straf.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/262609-23
Datum uitspraak: 14 december 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 20 oktober 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 maart 2023 door
the Budapest-Capital Regional Court, Penitentiary Unitin Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1975,
laatst opgegeven verblijfadres: [adres opgeëiste persoon] ,
thans gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 november 2023, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsman, mr. T. Geerdink, advocaat te Borne en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (hierna: OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van de
Buda Central District Courtvan 19 november 2020 (met kenmerk No. 8.B.2148/2019/43) en een (daarop volgend) arrest van de
Budapest-Capital Regional Courtvan 10 november 2021 (met kenmerk No. 32.Bf.6235/2021/53).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar en vier maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog drie jaar, drie maanden en 28 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Als een strafprocedure meer instanties heeft omvat en tot opeenvolgende beslissingen heeft geleid, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover bij die laatste beslissing definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de betrokkene en aan hem een straf is opgelegd, nadat de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld. [4]
Uit aanvullende informatie van 7 november 2023 volgt dat de zaak in hoger beroep in feite en in rechte ten gronde is behandeld en definitief uitspraak is gedaan over schuld en straf. Daarom valt alleen de procedure in hoger beroep onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro.
In het dossier bevindt zich de volgende e-mailcorrespondentie, welke in reactie op aanvullende vragen van het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) met betrekking tot artikel 12 OLW Pro aan het dossier is toegevoegd.
Op 30 september 2021 is door E.M. Farkas van de
Budapest-Capital Regional Courtde volgende e-mail gestuurd naar het e-mailadres
[e-mailadres opgeëiste persoon]:

To: [opgeëiste persoon]
In the criminal case instituted against [slachtoffer] and his accomplice for the felony of robbery, the Regional Court hereby encloses the summoning to the public session scheduled with the understanding that the public session can be held without your presence if you confirm receiving the summoning.
Op 4 oktober 2021 is door de gebruiker van het e-mailadres
[e-mailadres opgeëiste persoon], waarbij als ‘
sender’ is vermeld ‘ [opgeëiste persoon] ’, als volgt op deze e-mail gereageerd:

Good afternoon! I cannot appear. I live and work abroad; my workplace does not let me. Thank you for your understanding. I have received the summoning here.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat een oproeping per e-mail geen formele oproeping betreft en dat niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon de oproeping daadwerkelijk heeft ontvangen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een oproeping per e-mail weliswaar onconventioneel is, maar dat de Hongaarse autoriteiten de opgeëiste persoon niet op een andere manier konden bereiken. Volgens de officier van justitie is, gezien de hiervoor weergegeven e-mailcorrespondentie, sprake van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder a, OLW en is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro daarom niet op de hoger beroepsprocedure van toepassing.
De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon tijdens de behandeling van het EAB op de zitting heeft verklaard dat zij destijds gebruik maakte van het e-mailadres
[e-mailadres opgeëiste persoon]en dat zij de hiervoor weergegeven reactie van 4 oktober 2021 heeft verstuurd. De rechtbank stelt hiermee vast dat de opgeëiste persoon de oproep voor het proces in hoger beroep heeft ontvangen. De opgeëiste persoon is daarmee daadwerkelijk officieel in kennis gesteld van de datum en de plaats van het proces, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat zij op de hoogte was van het voorgenomen proces. Daarnaast is zij er, blijkens de aan haar verzonden e-mail van 30 september 2021, ook van in kennis is gesteld dat een beslissing kon worden genomen wanneer zij niet op het proces zou verschijnen.
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, onder a, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is dan ook niet van toepassing.

5.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of aan andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
medeplegen van mishandeling.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 300 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Budapest-Capital Regional Court, Penitentiary Unitin Hongarije voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.J. Scheijde, voorzitter,
mrs. P. van Kesteren en A.W.T. Klappe, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.E. van der Burg, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 december 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 10 augustus 2017, C-270/17 PPU (Tupikas), ECLI:EU:C:2017:628.