Op 22 oktober 2022 ontstond een conflict tussen verdachte en aangever nadat aangever met zijn auto tegen de geparkeerde auto van de moeder van verdachte was aangereden. Dit leidde tot een discussie over de schadeafhandeling. De verklaringen van verdachte en aangever verschillen over het verdere verloop van het incident. Verdachte verklaarde dat hij aangever een duw gaf nadat aangever op hem afkwam, terwijl aangever stelde dat verdachte hem met een vuurwapen sloeg.
De rechtbank acht de poging zware mishandeling en bedreiging niet bewezen wegens gebrek aan voldoende steunbewijs, mede doordat de verklaring van aangever omtrent het vuurwapen niet door ander bewijs werd ondersteund. Wel is vastgesteld dat verdachte aangever heeft mishandeld door hem een klap tegen de slaap te geven, wat wordt ondersteund door de verklaring van een derde persoon en foto’s van de verwondingen.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie dagen, gelijk aan het voorarrest, en legt een geldboete van €250,- op, vervangbaar door vijf dagen hechtenis bij niet-betaling. De rechtbank houdt rekening met eerdere veroordelingen van verdachte en de omstandigheden van het incident, waaronder het feit dat de mishandeling op de openbare weg plaatsvond.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 21 december 2023 en bevat een volledige vrijspraak van de zwaardere tenlasteleggingen, met een veroordeling voor mishandeling als subsidiaire tenlastelegging.