Op 27 oktober 2022 werd het slachtoffer rond 14:38 uur in Amsterdam in zijn bovenbeen geschoten. Verdachte werd ervan verdacht samen met anderen betrokken te zijn bij een poging tot moord/doodslag. De rechtbank heeft het dossier, waaronder camerabeelden en getuigenverklaringen, zorgvuldig onderzocht.
Uit het dossier blijkt dat verdachte de bestuurder was van een motorscooter waarop twee personen zaten. Getuigen verklaren dat de schutter achterop de scooter zat en na het schietincident op de scooter sprong. Camerabeelden bevestigen dat verdachte tot het tijdstip van het incident en daarna de bestuurder was.
De officier van justitie kon niet bewijzen dat verdachte de schutter was of dat sprake was van medeplegen. De verdediging voerde aan dat verdachte niet kon worden aangewezen als schutter en vroeg vrijspraak. De rechtbank oordeelt dat het niet bewezen is dat verdachte heeft geschoten en spreekt hem daarom vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Wel zijn een mes en munitie in beslag genomen die verband houden met het strafbare feit. Deze worden onttrokken aan het verkeer conform de wet. De rechtbank baseert haar beslissing op de artikelen 36b, 36c en 36d van het Wetboek van Strafrecht.